Martha Peusken - Schoone

Zij bleef: het leven van Martha Schoone

Negen adressen, zes kinderen en bijna vijftig jaar verder zonder Gerrit

MarthaOp 10 juli 1901 overleed Gerrit Wessel Peusken in Deventer. Voor de arbeidersbeweging verdween een gedreven vakverenigingsman, spreker en organisator. Voor Martha Schoone viel die dag iets veel directers weg: haar man, de vader van haar kinderen en het inkomen waarvan het gezin leefde.

Zij was nog net geen 43 jaar oud. De overlijdensakte maakte van Gerrits dood een ambtelijk feit. Naam, beroep, woonplaats en familiebetrekkingen werden genoteerd en ondertekend. Maar wat er daarna achterbleef, paste niet in de vakken van zo’n formulier. Een weduwe met zes kinderen, van wie vijf nog jong waren. Een huishouden dat de volgende ochtend gewoon weer verder moest. Er moest eten komen, kleding worden gewassen en hersteld, huur worden betaald. Verdriet schort zulke zaken niet op. Vanaf dat moment begon voor Martha een weduwschap dat bijna vijftig jaar zou duren.

Een leven dat voortdurend van adres veranderde

Martha werd op 14 juli 1858 in Kampen geboren als dochter van Engel Schoone en Tonia Wolters. Later kwam zij naar Deventer, waar zij trouwde met Gerrit Wessel Peusken, een tapijtwever. Daar bouwden zij hun gezin op. Wie hun leven probeert te volgen, vindt geen dagboeken of brieven waarin Martha zelf vertelt. Haar spoor loopt voornamelijk door bevolkingsregisters en akten. Daar staat zij tussen haar man en kinderen, met geboortedatum, geboorteplaats en burgerlijke staat. Daarnaast staat steeds een adres. Juist die adressen vertellen, wanneer ze achter elkaar worden gezet, een verhaal dat de ambtenaar vermoedelijk nooit heeft bedoeld te schrijven. Het gezin woonde aan de Brink, daarna aan de Zwolschestraat 39. Vervolgens kwamen het Noordenbergschild 17 en de Noordenbergstraat 3. Later werden de Eerste Meerdsweg 26, Schoolstraat 40 en Schoolstraat 44 genoteerd. Ten slotte volgden Noorderstraat 42 en Noorderstraat 62. Het zijn negen adressen in ongeveer twintig jaar gezinsleven. Waarom zij zo vaak verhuisden, staat er niet bij. Misschien veranderde de huur, werd een woning te klein of was ergens anders tijdelijk iets beters beschikbaar. Misschien speelde het werk een rol of moest het gezin steeds opnieuw zoeken naar wat nog betaalbaar was. Het bevolkingsregister geeft daarop geen antwoord. Het zou te gemakkelijk zijn om van iedere verhuizing een bewijs van armoede te maken. Maar evenmin moeten we de betekenis ervan verzachten. Verhuizen kost geld, tijd en kracht. Steeds opnieuw moesten huisraad, kleding en beddengoed worden ingepakt en verplaatst. Kinderen moesten wennen aan een ander huis en een andere straat. Voor Martha betekende ieder nieuw adres opnieuw proberen een thuis te maken van wat er op dat moment beschikbaar was. Soms schoof het gezin maar enkele deuren op, van Schoolstraat 40 naar 44 of later van Noorderstraat 42 naar 62. Op papier is dat niet meer dan een nieuw huisnummer. In het dagelijks leven betekende het opnieuw sjouwen, ordenen en beginnen. De woonadressen van het gezin Peusken–Schoone Gezinsregistratie van Gerrit Wessel Peusken, Martha Schoone en hun kinderen. In de kolom ‘Huizing’ staan de opeenvolgende woonadressen van het gezin vermeld, waaronder de Noordenbergstraat, de Eerste Meerdsweg, de Schoolstraat en de Noorderstraat. Bron: Collectie Overijssel, Bevolkingsregister Deventer, toegang 1414, inventarisnummer 2697, scan 189, blad 107.

Wat een weversloon waard was

Gerrit werkte als jacquardwever bij de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek. In 1890 werd hij gehoord door de Staatscommissie die onderzoek deed naar de toestand van arbeiders in Nederlandse fabrieken. Zijn verklaring behoort tot de weinige bronnen waarin een lid van het gezin zelf aan het woord komt. Hij vertelde over werkdagen die in de zomer, na aftrek van de schafttijden, ongeveer twaalf uur duurden. In de winter werd korter gewerkt, maar ook dan waren de dagen lang. Wie te laat kwam, riskeerde een boete. Wie slecht werk afleverde eveneens. De lonen verschilden per soort werk en per arbeider. Bij de jacquardwevers liep het weekloon volgens Gerrit uiteen van ongeveer vijf en een halve tot ruim acht gulden. Vrouwen verdienden minder. Kinderen verdienden nog veel minder, ook wanneer zij al lange dagen in de fabriek maakten. Toen tijdens het verhoor de kosten van een huishouden ter sprake kwamen, was Gerrit duidelijk. Van vijf of zes gulden per week kon een gezin volgens hem niet bestaan. Zelfs zeven en een halve gulden was onvoldoende. Dat is de wereld waarin Martha haar huishouden voerde. Een wereld waarin het loon op donderdagavond werd uitbetaald en vóór de volgende donderdag alweer verdeeld moest zijn over huur, voedsel, brandstof, kleding en andere noodzakelijke uitgaven. Er bestond een ziekenbus waarvoor arbeiders wekelijks betaalden. Wie het zich kon veroorloven, was ook aangesloten bij het stadsziekenfonds. Voor sommige gezinnen was er de spijskokerij. Dit waren geen voorzieningen die bestaanszekerheid garandeerden. Het waren middelen om te voorkomen dat ziekte, werkloosheid of tegenslag een huishouden onmiddellijk onderuit zouden halen. Of Martha zelf betaald werk verrichtte, weten we niet. De bronnen noemen geen beroep. Dat betekent slechts dat haar arbeid niet als beroep werd geregistreerd. Een groot gezin verzorgen in een arbeiderswoning, zonder moderne watervoorziening, wasmachines of centrale verwarming, was op zichzelf al een dagtaak. Water halen of dragen, vuur maken, voedsel bereiden, kleding herstellen en kinderen verzorgen: het werk was er iedere dag en werd zelden ergens opgeschreven.

Overtuigingen die ook gevolgen hadden

Gerrit beperkte zich niet tot zijn werk aan het weefgetouw. Hij raakte betrokken bij de arbeidersbeweging en trad op als bestuurder, vertegenwoordiger en spreker. Hij zette zich in voor de organisatie van wevers en voor verbetering van hun omstandigheden. Daarnaast bewoog het gezin zich in de wereld van vrijdenkers. In die kringen werd gezocht naar een samenleving waarin opvoeding, moraal en onderlinge hulp niet afhankelijk waren van kerkelijk gezag. Voor mensen als Gerrit waren sociale strijd en vrijdenken geen twee losstaande onderwerpen. Beide kwamen voort uit de overtuiging dat mensen hun lot niet lijdzaam hoefden te aanvaarden. Over Martha’s persoonlijke overtuigingen is veel minder bekend. We hebben geen verklaring waarin zij zelf vertelt hoe zij tegenover godsdienst, vrijdenken of Gerrits maatschappelijke werk stond. Het is verleidelijk haar dezelfde uitgesproken denkbeelden toe te schrijven, maar daarmee zouden we haar opnieuw laten spreken zonder haar stem werkelijk te kennen. Wel kreeg de levensbeschouwelijke omgeving van het gezin na Gerrits dood een praktische betekenis. Wie buiten de kerkelijke verbanden leefde, kon niet vanzelfsprekend terugvallen op kerkelijke armenzorg of een confessioneel weeshuis. Vrijdenkers probeerden daarom eigen vormen van onderlinge hulp op te bouwen. De Weezenkas was daarvan een voorbeeld.

De eerste pupil

De Weezenkas was in 1896 opgericht vanuit het beginsel van opvoeding zonder geloofsdogma. De vereniging wilde voorkomen dat kinderen van vrijdenkers na het overlijden van een ouder uit armoede afhankelijk werden van kerkelijke instellingen en daar een godsdienstige opvoeding kregen die hun ouders juist niet hadden gewild. Na het overlijden van Gerrit kwam het gezin Peusken bij de vereniging in beeld. Piet Hoekman en Jannes Houkes noemen zoon Egbert Johannes Peusken in hun geschiedenis van de vereniging:
“de eerste pupil van De Weezenkas”
Daarmee werd de familie Peusken onderdeel van de geschiedenis van een toen nog jonge organisatie. Het beginsel van onderlinge solidariteit kreeg voor het eerst een naam en een gezicht. Achter de grote woorden over vrijdenken, opvoeding en solidariteit stond nu een werkelijk gezin: een moeder die haar man en kostwinner had verloren, en kinderen voor wie een toekomst moest worden gezocht. De Weezenkas kreeg daarmee een plaats in het verhaal van Martha en haar gezin, maar niet de hoofdrol. Die bleef bij Martha. Zij was degene die na Gerrits dood achterbleef en het dagelijks leven moest voortzetten.

Achterblijven en doorgaan

Het adres Noorderstraat 42 lijkt het laatste gezamenlijke woonadres van Gerrit en Martha te zijn geweest. Daarna volgt in het register Noorderstraat 62. Of Martha direct na zijn dood verhuisde, is niet met zekerheid vast te stellen, maar de volgorde is veelzeggend. Het verschil van twintig huisnummers lijkt klein. Toch begon daar een ander bestaan. Aan de Noorderstraat woonde niet langer het gezin van de tapijtwever en vakverenigingsman Gerrit Wessel Peusken, maar het huishouden van zijn weduwe. Voor Gerrit verschenen na zijn dood woorden van waardering. Zijn betekenis voor de arbeidersbeweging werd herdacht. Hij had gesproken, georganiseerd en zich ingezet voor zijn vakgenoten. Martha’s werk kreeg geen herdenkingsstuk. Haar prestatie bestond uit doorgaan, en doorgaan gold zelden als iets dat in de krant thuishoorde. Toch is dat misschien het meest wezenlijke deel van haar levensverhaal. Zij bleef. Ze zag haar kinderen volwassen worden en hun eigen weg zoeken. Ze leefde verder in een eeuw waarin Deventer veranderde, de arbeidersbeweging groeide en sociale voorzieningen langzaam een andere vorm kregen. Het leven waarin zij als jonge moeder telkens van woning wisselde lag op den duur ver achter haar, maar de gevolgen van het overlijden van haar man in 1901 droeg zij haar verdere leven met zich mee.

Een plaats in het Oude Vrouwenhuis

In oktober 1927, ruim zesentwintig jaar na Gerrits dood, verscheen Martha opnieuw kort in de krant. Het bestuur van de Vereniging Gestichten te Deventer had besloten de weduwe Peusken een plaats te verlenen in het Oude Vrouwenhuis. Martha was toen 69 jaar. Ook hier moeten we goed lezen wat er daadwerkelijk staat. Er werd besloten haar een plaats te verlenen. Daarmee is nog niet bewezen dat zij die plaats aannam, wanneer zij erheen verhuisde of hoelang zij er verbleef. Het bericht is maar enkele regels lang, maar het roept vragen op. Waarom werd juist op dat moment een plaats voor haar gezocht? Woonde zij nog zelfstandig? Kon zij niet langer alleen blijven? Speelden gezondheid, inkomen of huisvesting een rol? Waren haar kinderen betrokken bij de aanvraag? Het krantenbericht geeft geen antwoord. Het laat alleen zien dat Martha, inmiddels een oudere weduwe, in aanmerking kwam voor een plaats in een instelling die zorg en onderdak bood. De vrouw die tientallen jaren een huishouden en gezin had gedragen, kwam nu zelf in aanmerking voor verzorging. Daarin schuilt geen afgerond of troostrijk slot. Het is eenvoudigweg wat ouderdom voor veel vrouwen uit haar generatie betekende. Wie geen vermogen of eigen inkomen had, was afhankelijk van kinderen, liefdadigheid, gemeentelijke voorzieningen of een gesticht. Zelfstandigheid was geen vanzelfsprekend recht dat tot het einde van het leven behouden bleef.

Bijna een halve eeuw weduwe

Martha Schoone overleed op 7 januari 1951 in Deventer. Zij was 92 jaar oud. In haar overlijdensakte staat dat zij de weduwe was van Gerrit Wessel Peusken. Die aanduiding was juridisch correct, maar vertelt slechts een klein deel van haar leven. Martha was ongeveer 43 jaar echtgenote of ongehuwd geweest voordat Gerrit stierf; daarna was zij bijna vijftig jaar zijn weduwe. Het grootste deel van haar volwassen leven moest zij zonder hem verder. De geschiedenis heeft van Gerrit meer woorden bewaard. We kennen zijn optreden in verenigingen, zijn verklaringen over het fabriekswerk en de waardering die na zijn dood werd uitgesproken. Van Martha bleven vooral adressen, gezinsgegevens en enkele ambtelijke vermeldingen over. Maar wanneer die kleine gegevens naast elkaar worden gelegd, verschijnt toch een levenslijn. Een meisje uit Kampen werd de vrouw van een Deventer tapijtwever. Zij bracht een groot gezin groot en maakte van een reeks tijdelijke adressen steeds opnieuw een woning. Zij leefde van een loon waarvan haar man zelf zei dat een gezin er nauwelijks van kon bestaan. Toen dat loon in 1901 geheel wegviel, bleef zij achter met zes kinderen en vijf jonge monden die nog niet voor zichzelf konden zorgen. Via De Weezenkas werd Egbert Johannes de eerste pupil van de vereniging. Die hulp maakte voortaan deel uit van het bestaan van het gezin, maar neemt niet weg wat Martha zelf heeft gedragen. Haar verhaal is niet dat van een vrouw die alleen “in de schaduw” van haar man leefde. Een schaduw ontstaat immers pas wanneer al het licht op iemand anders wordt gericht. Martha was er al die tijd: in de woningen die zij bewoonbaar maakte, in de kinderen die zij verzorgde, in de beslissingen die na Gerrits dood genomen moesten worden en in de bijna vijftig jaren die daarna nog kwamen. De archieven hebben haar stem nauwelijks bewaard. Haar leven wel.

Bronnen

Achter elke naam schuilt een verhaal

Voor het schrijven van dit verhaal is gebruikgemaakt van bronnen uit de burgerlijke stand, bevolkingsregisters, historische kranten, de Arbeidsenquête van 1890 en secundaire literatuur. Waar de bronnen geen uitsluitsel geven, is dat in de tekst uitdrukkelijk vermeld. Gedachten, gevoelens en persoonlijke overtuigingen zijn niet aan Martha toegeschreven wanneer daarvoor geen rechtstreeks bewijs bestaat.

Burgerlijke stand

  • Geboorteakte Martha Schoone, Burgerlijke Stand Kampen, 1858.
    Deze akte bevestigt dat Martha Schoone op 14 juli 1858 in Kampen werd geboren als dochter van Engel Schoone en Tonia Wolters.

  • Huwelijksakte Gerrit Wessel Peusken en Martha Schoone, Burgerlijke Stand Deventer.
    Gebruikt ter bevestiging van het huwelijk en de daarin opgenomen persoonsgegevens van het echtpaar.

  • Overlijdensakte Gerrit Wessel Peusken, Burgerlijke Stand Deventer, opgemaakt op 11 juli 1901.
    Volgens deze akte overleed Gerrit op 10 juli 1901 in Deventer. Hij werd vermeld als tapijtwever en echtgenoot van Martha Schoone.

  • Overlijdensakte Martha Schoone, Burgerlijke Stand Deventer, akte nummer 25, opgemaakt op 8 januari 1951.
    De akte vermeldt dat Martha op 7 januari 1951 om tien uur ’s morgens in Deventer overleed. Zij was 92 jaar oud, geboren in Kampen en weduwe van Gerrit Wessel Peusken. Als haar ouders worden Engel Schoone en Tonia Wolters genoemd.

Bevolkingsregisters

  • Bevolkingsregister gemeente Deventer, gezinsregistratie Gerrit Wessel Peusken en Martha Schoone.
    Het register is gebruikt voor de samenstelling van het gezin en voor de opeenvolgende woonadressen. Daarin worden de volgende adressen vermeld:

    • Brink N 73;

    • Zwolschestraat 39;

    • Noordenbergschild 17;

    • Noordenbergstraat 3;

    • Eerste Meerdsweg 26;

    • Schoolstraat 40;

    • Schoolstraat 44;

    • Noorderstraat 42;

    • Noorderstraat 62.

    De volgorde van de adressen is uit het register af te leiden. Niet bij iedere verhuizing staat echter een afzonderlijke datum vermeld. Daarom zijn in het verhaal geen exacte woonperiodes aan alle adressen gekoppeld.

Arbeidsenquête van 1890

  • Staatscommissie tot het houden van een Arbeidsenquête, Enquête, gehouden door de Staatscommissie, benoemd krachtens de Wet van 19 januari 1890 (Staatsblad no. 1). Verhoren en verslagen, 1890, pp. 119–121: “Verhoor van Gerrit Wessel Peusken, oud 33 jaar, tapijtwever aan de Koninklijke Nederlandsche Tapijtfabriek te Deventer.”

    In dit verhoor sprak Gerrit over onder meer:

    • de werktijden in de tapijtfabriek;

    • de schafttijden;

    • de lonen van jacquardwevers;

    • de lagere lonen van vrouwen en kinderen;

    • boetes voor te laat komen en slecht afgeleverd werk;

    • de ziekenbus van de fabriek;

    • het stadsziekenfonds;

    • het gebruik van de spijskokerij;

    • de vraag of een arbeidersgezin van het beschikbare weekloon kon rondkomen.

    Deze verklaring is gebruikt om de economische en maatschappelijke omstandigheden te beschrijven waarin Martha haar huishouden en gezin moest verzorgen.

Historische kranten

  • Overijsselsch Dagblad, 19 oktober 1927, bericht onder de kop “Oude Vrouwenhuis”.
    In dit korte bericht staat dat het bestuur van de Vereniging Gestichten te Deventer had besloten “de Wed. Peusken” een plaats te verlenen in het Oude Vrouwenhuis. Het bericht bewijst dat dit besluit werd genomen, maar niet dat Martha de plaats daadwerkelijk innam of hoelang zij daar eventueel verbleef.

  • Krantenberichten en herdenkingsartikelen over Gerrit Wessel Peusken, verschenen rond zijn overlijden in 1901.
    Deze berichten zijn gebruikt voor de beschrijving van de waardering die na Gerrits dood werd uitgesproken voor zijn werk binnen de Deventer arbeidersbeweging. De geraadpleegde exemplaren en knipsels bevinden zich als digitale kopieën in het familiearchief Peusken.

  • Delpher, digitale krantencollectie van de Koninklijke Bibliotheek.
    Via Delpher zijn historische kranten geraadpleegd waarin Gerrit Wessel Peusken, de Deventer arbeidersbeweging en de plaatselijke instellingen worden genoemd.

De Weezenkas

  • Piet Hoekman en Jannes Houkes, De Weezenkas. Vereniging op de grondslag van het beginsel “Opvoeding zonder geloofsdogma” 1896–1996, Amsterdam: Stichting Beheer IISG, 1996, 335 pagina’s, ISBN 90-6861-116-X.

    Het boek is gebruikt voor de geschiedenis en doelstelling van De Weezenkas en voor de vermelding dat Egbert Johannes Peusken:

    “de eerste pupil van De Weezenkas”

    was. Bij dit citaat moet in de definitieve versie nog het betreffende paginanummer uit het boek worden toegevoegd.

    De overige tekst over Martha en haar gezin is niet uit deze publicatie overgenomen, maar in eigen woorden geschreven op basis van de beschikbare primaire bronnen.

Familiearchief Peusken

In het familiearchief bevinden zich digitale kopieën en foto’s van:

  • de gezinsregistratie van Gerrit Wessel Peusken en Martha Schoone;

  • burgerlijke-standakten van verschillende gezinsleden;

  • het verhoor van Gerrit voor de Arbeidsenquête;

  • historische krantenberichten;

  • correspondentie uit 1976 over onderzoek naar Gerrit en de Deventer arbeidersbeweging.

Deze documenten zijn gebruikt als onderzoeks- en controlemateriaal. Waar gegevens uit latere correspondentie of genealogische overzichten afweken van oorspronkelijke akten en registers, zijn de oorspronkelijke bronnen gevolgd.

Nog niet geraadpleegde bronnen

Het archief van de Vereniging De Weezenkas bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis is voor dit verhaal nog niet rechtstreeks geraadpleegd. Er is toestemming aangevraagd voor onderzoek naar stukken over Gerrit Wessel Peusken, Martha Schoone en hun zoon Egbert Johannes Peusken.

Nieuwe archiefstukken kunnen in de toekomst meer duidelijkheid geven over de ondersteuning van het gezin en kunnen aanleiding zijn om dit verhaal aan te vullen.