Gerritdina Alberta 'Oma' Peusken - van Aefst
Haar woorden, hun familieverhaal.
Geschreven voor haar man Gerrit, over de komst en eerste levensjaren van hun zoon Henkje.
Het verhaal van mijn oma
Mijn oma, Gerda (1917–2000), schreef dit verhaal voor mijn opa Gerrit. Het was een sinterklaascadeau. In het boekje vertelt ze over de komst van hun zoon Henkje — mijn vader — en over zijn eerste jaren bij hen thuis.
Op 25 november 1948 haalden mijn grootouders Henkje op in Amsterdam. Vanaf dat moment woonde hij bij hen. De officiële adoptie volgde pas op 10 maart 1965, toen mijn vader zeventien jaar was.
Oma beschrijft hoe zij van het ene op het andere moment vader en moeder werden. Ze schrijft over de eerste onwennige dagen, het wennen aan elkaar en alles wat er daarna in hun jonge gezin gebeurde.
Het verhaal gaat over gewone momenten: eten geven, luiers wassen, een kinderwagen kopen, zijn eerste woordjes en zijn eerste stapjes. Ook schrijft oma over haar zorgen, de grappige voorvallen en het plezier dat ze samen hadden. In 1953 voegde ze nog een nieuw deel aan het boekje toe.
Wat ik vooral bijzonder vind, is hoe open mijn opa en oma altijd over de adoptie zijn geweest. Mijn vader heeft van jongs af aan geweten dat hij geadopteerd was. Later spraken mijn grootouders daar ook open met ons, hun kleinkinderen, over. Het was binnen onze familie nooit een geheim.
Mijn vader heeft de handgeschreven tekst uitgetypt. De volledige uitgetypte tekst staat hieronder. Het oorspronkelijke boekje, met oma’s handschrift en de foto’s die zij erin plakte, is daarnaast als PDF te bekijken.
Mijn vader kende het boekje niet. Pas na het overlijden van zijn vader en moeder vond hij het bij het opruimen van het huis, een bijzonder cadeau van mijn oma aan mijn opa.
Bekijk het oorspronkelijke boekje als pdf →
Een bijzonder Sinterklaascadeautje
Je zult wel verwonderd zijn Gerrit, over dit St Nicolaas cadeautje.
Maar laatst las ik eens, dat je alles wat je beleefd hebt, moet opschrijven, wil je ’t echt beleven.
Je snapt natuurlijk al wel, dat ’t over Henkje gaat.
Hoewel ’t een heel geschrijf zal worden, wil ik er nu, na een jaar vol belevenissen met Henkje, toch aan beginnen.
Ik hoop maar dat ’t lukt, en dat ik er klaar mee kom.
Zo dan zou onze Henk eruitzien.
Maar dat wisten we nog niet. Want, weet je nog wel, eerst kwam een telefoontje van juffrouw de Jong en daarna haar bezoek op maandag 22 november (1948) om over Henkje te praten.
Wat waren we benieuwd, naar wat ze ons te vertellen had!
Want we wilden toch wel graag een kindje hebben, maar als ’t nu eens zo heel ongunstig uitviel?
Gelukkig bleek dat mee te vallen en zo konden we ’t jongetje donderdag de 25ste uit Amsterdam halen.
We waren één el al opwinding. ’s Avonds ging ik nog naar Deventer om ’t bij je thuis te vertellen. Je moeder ging er een beetje van huilen. Ze had ’t graag anders gewild.
Rini sleepte echter al gauw een pak kleertjes en doeken naar beneden om te kijken, wat ik ervan gebruiken kon.
Gelukkig maar, want ’t bleek, dat ’t jochje maar 25 textiel punten bij zich had en heel weinig bruikbare kleertjes.
Er werd een bedje gekocht en opgemaakt. Een box zou konden we van Tinholt te leen krijgen en zo kwam in een paar dagen ’t zaakje klaar en werd ’t uiteindelijk donderdagmiddag.
Jantje van Manen hing natuurlijk half uit haar raam, toen ze me langs zag komen, om me van allerlei goede wensen toe te roepen.
Om half één zou de trein gaan. Terwijl ik op je wachtte, kwam Rini met Tineke nog aangefietst. Ze bracht nog een dekentje om het kind in te wikkelen.
Eindelijk gingen we dan, ’t was niet druk in de coupé, één man maar, een soort buiten aannemer, die even voor zaken naar A’dam moest en die ons “goede zaken” toewenste, toen hij de trein uitging. In ons geval dus nogal toepasselijk.
Weet je nog wel G, dat we allebei een beetje buikpijn hadden en dat we nog wel een paar straten verder wilden lopen omdat we nog vrij waren. We waren er echter al gauw en in ’t kantoortje van juffrouw de Jong moesten we nog een hele tijd wachten, want zij haalde ’t kind uit Zandvoort, waar ’t in een kindertehuis was.
Maar eindelijk dan hoorden we een auto dichtslaan en even later klagelijk huilen.
Daar kwam ons kind! We werden naar beneden geloodst in een groter kantoor en ja hoor, daar lag ie op de tafel, dik ingepakt, en wit behuild toetje, maar met grote blauwe ogen.
Ik moest toch toen wel even iets wegslikken, omdat dat bundeltje ons maar zo gegeven werd.
Juffrouw de Jong las toen nog een paar papieren voor, betreffende z’n afkomst. Maar Henkje schreeuwde zo dat ik ’t niet kon horen. Toen nam ik hem op de arm en keek met hem uit ’t raam.
Er vlogen duiven over de gracht, Henkje zag ze en werd stil. Er werd een taxi besteld en zo waren we opeens een vader en moeder, die hun kleine kind op reis moesten. In de wachtkamer van het centraal station dronken we thee. Ik wou Henkje een liga koek geven, maar dat ging nog niet. Toen kreeg hij alleen da maar thee, van ’t lepeltje gehapt en dat ging best.
In de coupe was het zeer vol. Gelukkig sliep Henkje gauw maar hij woog zwaar op m’n arm. We zeiden niet veel, maar we moesten telkens naar z’n snoetje kijken.
Vreemde gewaarwording, dat we eigenlijk net zo veel van ’t kind afwisten als de overige reizigers.
De auto uit Gorssel wachtte al en zo kwamen we, zeer gelukkig met onze kleine last, half zeven thuis.
We deponeerden hem op de divan en toen gingen we hem een uitpellen. Er bleek een stevig, goed gevormd kereltje in al die natte boel te zitten.
En daar kwam de rooie buurvrouw al aan, die kon haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen.
We gaven Henkje schone kleertjes aan. Hij was nog altijd een beetje verdrietig.
Je moeder en Rini kwamen daarna ook al en ook Annie nog.
Ik had intussen wat pap gekookt, maar in ’t voeren had ik nog geen handigheid. Moeder deed ’t me voor.
En ’t ging erin als pap en daarna werd Henkje naar bed gebracht.
’s Avonds kwam Cor Tinholt nog even aan om te zien of we ons wel konden redden met ’t kleintje.
Ik liet hem haar vol trots zien, hoe hij al keurig verzorgd in z’n bedje lag. Ze kuste me en zei, dat ze ’t fijn voor ons vond.
We gingen vroeg naar bed, maar sliepen niet veel, want we luisterden maar naar de geluiden die er niet waren uit ’t kleine bedje.
‘s Morgens om half zeven stond meneer te dansen aan ’t voeteneind, met afgetrapte zak en luier.
We hadden trouwens al gauw door dat Henkje een zeer opgewekte, dansende woelwater was, die we met moeite in de luiers konden krijgen. We vonden z’n gezichtje eerst wat vreemd om het ver vooruitstekende bovenlipje maar nu zien we dat al niet meer. M’n moeder voelde zich ook goed genoeg om ook dadelijk naar de nieuwe kleine om te komen kijken. ’t Werd een drukke vrijdag. Op een gegeven moment stonden er 7 menschen om z’n box, wat Henkje kennelijk prachtig vond.
Ik herinner me nog, dat hij de eerste dagen voor mannen wat bang was, maar die wezens was hij misschien ook nog niet vaak tegengekomen.
Al gauw kregen we wat meer handigheid in ’t verdrogen van Henkje. ’t Was fijn dat jij dat ook kon, al vond je die dikke poepluiers wel griezelig.
De eerste dagen wist ik soms echt niet, wat ik met ’t jonkje beginnen moest. Hij was gewend in een bedje te leven. Hij at en speelde en slipe daar, maar hier ging ’t wel een beetje anders toe.
Soms bracht ik hem wel 3x per dag naar bed, omdat ik ’t zo naar vond, hem in de box te zien liggen. Maar na een paar weken, toen ie wat meer gewend was, werd z’n dagindeling zo: 7 uur naar beneden, schone broek aan dan in de box. Henkje kreeg kindermeelpap, dan ging jij naar school. Ik ging luiers wassen en de boel aan kant maken en zo tegen negen uur altijd als ik de kamer uit was, poepte Henkje in de box. Dan kreeg hij meteen z’n badje en werd hij daarna in bed gestopt.
Tussen de middag was hij er dan weer uit en van half drie tot vier er weer in. ’S Avonds maakte jij hem dan bedklaar en dat was geen kleinigheid. Ik herinner me nog dat op een zondagavond, toe je vader en moeder bij ons waren, zij hun hoofd schudden over zo veel uitbundige levenslust.
Z’n eten bestond uit: pap, beschuit geweekt in warm water, groente + bonenpuree, yoghurt, en geraspte appel. Hij danste van plezier als ik met een schaaltje eten kwam. Maar hij had de onhebbelijke gewoonte om na iedere hap zijn duimpje in de mond te doen. Dat was erg lastig. Daarom deed ik maar eens wat schapekaas op z’n duim en dat hielp.
Hij had het best door dat zijn duimpje niet lekker meer smaakte.
Henkje had eerst veel last van slijmpjes die in z’n luchtpijp kwamen en zo piepte hij nogal eens. Maar Upmeyer stelde ons gerust en zei dat hij er wel doorheen zou groeien, als hij maar een keer flink buiten kwam. Zo af en toe als de zon even scheen, nam ik hem even op de arm mee de tuin in. En dat moest natuurlijk op de foto gezet worden en zo kwam dan de kinderwagen op ’t appel.
Jij zei dat ik die maar met moeder en Rini moest gaan kopen, maar tenslotte ben je toch zelf met me naar de stad getrokken. Er was uit Engeland net een nieuw soort wandelwagentje geïmporteerd, dat ons wel aanstond, ’t kostte maar f 100, maar het was dan ook wel voor Henkje.
Henkje zegt: toewietoewieta! “Dat wagentje, nou dat is prima in orde hoor! Als mama me rijdt, ga ik lekker slapen.
Op vrijdag 19 dec bracht v.d. Meij de kinderwagen hier. Ik maakte roef, roef m’n werk af, stopte Henkje erin, die ’t een beetje naar vond om onder die kap te liggen en daar ging ’t de weg op naar ‘t Zunneken.
De buurvrouwen keken me na. Ik voelde hun ogen in mijn rug. ’t Stond helemaal niet gek”, zeiden ze later.
Kerstmis ’48
Max, Bert en Pietje kwamen hier een week logeren omdat de kinders thuis aan ’t mazelen waren. Ze hadden veel plezier om Henkje en dus konden wij ze ook mooi een avond op hem passen, omdat wij graag eens uit wilden. Henkje was altijd zoet ’s avonds, maar die avond natuurlijk niet.
We kwamen laat weer om en ’t eerste wat we zagen en roken was een vla van MIng. Hij had het niet goed in zijn bak gemikt, iets wat anders nooit gebeurde. ’t Tweede was een schreeuwende Henkje. Max had hem al eens naar beneden gehaald, maar daar huilde hij niet. Ik droeg hem toen ook nog maar eens naar de divan en we keken of de spelden goed zaten. Dat was wel in orde, maar wat we niet zagen was, dat z’n duimpje in een lus van een steekje, van zijn mouwtje zat.
Henkje vrolijkte bij zoveel belangstelling weer wat op, kreeg wat te drinken en werd weer naar z’n bedje gebracht. Hij was de hele nacht wat onrustig. ’s Morgens bij het aankleden ontdekte ik pas wat hem gehinderd had. ’t Lusje had toen al een heel klein sneetje in z’n duimpje gemaakt. En zo had die stakker niet eens op z’n duimpje kunnen zuigen.
Toen ik dat aan m’n moeder vertelde, was ze erg kwaad op me en zei, dat ’t erg slordig van me was. Zij kleedde ons vroeger van top tot teen uit en weer aan, om maar zeker te wezen, dat ’t aan de kleertjes niet lag, als we schreeuwden.
Henkje was een bijdehand jochje en je moeder vond toen ze eens een dag hier was, dat Henkje al wel best op ’t potje kon zitten. En ja, hoor ’t al vrij gauw om ’s morgens dat eerste hoopje op te vangen. Maar wat een heisa werd ‘t, om dat jong op de pot te houden.
Weet je nog wel: eerst met een riem aan de tafelpoot vast en dan een band stevig om z’n knietjes. Tenslotte had ie wel uitgekiend, dat die touwtjes hem bij ’t wegkruipen niet hoefden te hinderen. Hij trok eerst z’n eene beentje uit de band en dan, al zittende nog, de andere. Dan ging hij staan, dicht tegen de tafelpoot aan. ’t Potje schoof ie eenvoudig een eind weg en de riem duwde hij naar beneden en de hele kamer was voor Henkje.
Hij speelde maar weinig met z’n speelgoed meestal kiepte hij maar vlug de boel buiten de box en ging dan lekker liggen zuigen op z’n duim, of op ’t bandje van het tochtkleed van z’n box. Maar als er eten in ’t zicht kwam werd meneer weer actief en gaf dan weer een nummertje springen ten beste.
Henkje 1 jaar
De hele familie helpt mee dat feest te vieren.
Henkje is altijd in zijn sas als er veel mensen zijn en hij kan al zo’n beetje van de een naar de de ander scharrelen
Die middag kreeg ik echter griep. Er heerste een epidemie Italiaansche griep noemden ze ’t en natuurlijk deed ik eraan mee. Je moeder kwam hier gelukkig de huishouding doen.
Henkje kreeg “allen maar bronchitis” zoals Uppie zei. Op een middag had hij 40 graden koorts, maar hij was lief en vrolijk, zodat we haast niets merkten dat hij ziek was.
Je bleef toen, ook omdat je verkouden was, maar ook omdat je moeder je hulp best kon gebruiken, ’s middags thuis.
’t Was bij die gelegenheid, (ik kan ’t niet laten, om ’t even op te schrijven), dat je tegen de man van ’t reclamebureau “Rebi” zei: “Dag Dokter” omdat je stellig meende, dat de controlerende arts wel zou komen kijken, omdat hij een nieuweling was.
Enfin we werden weer beter, en met Henkje in ’t tuigje zochten we ’t voorjaarszonnetje maar vast eens op.
Zie die kleine baas z’n best doen!
Geleidelijk aan werd Henkje wat zekerder op z’n beentjes en op goede Vrijdag 15 April kon hij opeens alleen lopen.
Ik was ’s middags wat met hem gaan lopen, ’t was al warm toen en in dat laantje vlak voor de van Arnhems gingen we even zitten. Henkje had veel plezier en scharrelde steeds om ’t wagentje. Ineens liet hij zich los en daar liep ‘t ie het bos in, heel vlug, even leek ’t of hij in de hei zou vallen, maar nee hoor, hij draaide zich om en kwam weer terug. Zo kon Henkje dus ineens lopen en op de 1ste Paasdag waren we bij vader en moeder ’t was zo warm, dat we buiten zaten en Henkje werd een beetje uitgekleed. Hij mocht heerlijk met water en zand een beetje kliederen en dat kippenrekje heeft z’n volle belangstelling.
2de Paasdag kwamen Louk en Jan. ’t Was nog warmer dan de vorige dagen, en dus moesten we maar naar de IJsel. Er werd een roeiboot gehuurd en we hebben allen heerlijk gezwommen.
Henkje genoot er erg van. ’t Plan was geweest om hem, onder een paraplu tegen de zon, wat te laten slapen maar dat wilde hij niet. Er viel ook zoveel te beleven.
Daarna ben je nog een paar dagen naar Den Haag gegaan, maar Henkje merkte dat nog niet zo erg.
Met Pinsteren was ’t ook mooi weer, Max en Bert waren ook weer in Deventer en op de 2e zondag verzamelde de hele familie in Gorssel. Ook m’n vader en moeder kwamen wandelend hier naar toe en Henkje was uitgelaten over zoveel mensen.
Henkje temidden van z’n nichtje en neefjes
Henkje is nu al een hele baas. In de box te zitten staat ‘m niet erg meer aan. Het is ook wel een erg licht geval. Deze box van van Manen. Hij kan ‘m zo maar in elkaar schuiven en dan de kamer er mee door. Dat is niet langer vertrouwd meer. Maar ’t is zomer en Henkje is al naar buiten of hij zit bij jou voor op de fiets. ’t Wagentje wordt al niet zo veel meer gebruikt want ik loop steeds blaren aan mijn hakken.
Een van z’n laatste “box” dagen
Dit blijkt hum beter al kijkt ie dan met een pruillip
Henkje doet al niet meer zo vaak wat in z’n broek, maar ik ben soms ook wel een zeer hardhandige moeder voor hem als ie soms zo maar naast me stond te drukken terwijl hij ’t al wel best kon aanduiden.
Op een goeie dag kwam je eens thuis met een keurig W.C. stoeltje aanzetten. En daar hebben we reuze veel genot van.
Van ’t tandjes en kiesjes krijgen hebben we niet veel gemerkt toen hij kwam waren er al 4 tandjes in onder en bovenkaak. De rest kwam er vlot door en nu poetst hij ze iedere morgen al kan hij geen water in z’n mondje houden. Hij slikt alles door.
O, ja, ik wil hier ook nog even schrijven, over jouw angst van wat Henkje wel zou kunnen overkomen. ’t Was ’s nachts zelfs niet uit je gedachten. Vaak riep je in je slaap “ waar is Henkje?” Of soms ging je ineens het bed uit om te zien waar Henkje was. Als ik dan zei: “Henkje ligt in zijn bedje”, dan ging je wel weer liggen. Maar weet je wel dat je dat niet meer gedaan hebt, nadat je met de jongens naar Limburg geweest bent.
Zo ben ik dan vanzelf bij de grote vancantie terecht gekomen. Dadelijk de eerste week gingen we met je vader en moeder naar Den haag. Max en Bert kwamen in ons huis. Henkje vond ’t prachtig Eerst de bus al. Daar was hij ook niet eerder in geweest. Toen de trein (tjokvol en nog wel 2de klas)
Ik was maar dat Henkje plassen of een hoopje doen moest, maar niks hoor, hij was een flinke jongen en wachtte netjes totdat hij op de W.C. thuis kon en terug naar Gorssel ging het net zo. We hadden een draagstoeltje voor hem gemaakt en hij vond ’t prachtig om er in te zitten als we naar ’t strand gingen. En wat had hij daar een schik ’t Was maar fijn dat we soms “s avonds uit konden gaan vader en moeder pasten dan op hem. Toe we weer thuis kwamen en Henkje de laan weer zag zei hij “hè, hè” En hij was blij weer thuis te zijn.

“Shocking” Henkje
Daarna kwam jouw Limburgsche tocht en toen ik het, daags voordat je terug zou komen zei, “morgen komt Papa weer”, zei hij ook weer “hè, hè”
In die week kreeg hij erge diarhee, gelukkig maar dat je toen niet in huis was. Vier keer op een nacht een volle luier. Dat heeft daarna lang aangehouden. Hij leefde bijna een maand lang op rijst, geraspte appel, en bosbessensap.
Henkje had tot nu toe alleen maar “Papa” gezegd, daar was ik dan bij inbegrepen, maar toen je weg was, zei hij opeens “mama”.
Verder waren zijn eerste woordjes, “Henkje doen en hebben”. Half October kwamen er meer woordjes zoals, Opa, Oma, Anni, huis, boom. ’t Kleinste stokje was nog een boom bij hem. Tante kon hij niet zeggen dat kwam er uit als caca. Nee zeggen kan ie verduveld goed want hij is al een eigenwijs mannetje soms. Hij weet ook wat voor geluiden dieren maken zoals “koetje boe”, en “schaapje bè”, de wekker “ting ting”.
Verder, zeg jij altijd, dat hij een technische knobbel heeft. Nu z’n handjes staan dan ook niet verkeerd. Hij kan de stofzuiger al in elkaar zetten en de lepels en vorken ruimt hij netjes op na ’t afwassen. Op muziek en dansen is ie ook gek. Hij gooit haast niets kapot. Alleen in ’t begin heeft ie eens de lamp naar beneden getrokken.
Sinds Oct plast Henkje als een grote man. Toen ie ’t één van de eerste keren deed (’t was in de Huzarenlaan en Annie was bij me) hebben we ons naar gelachen, want er kwam een prachtige boog, die Henkje met beide handjes wilde pakken. Z’n vingertjes werden nat en toen hij dat voelde , hield hij verschrikt op met plassen. Je had ten die snuit moeten zien!
Met Annie’s 25 jarig jubileum had Henkje ook een goeie dag.
We hadden de stoel versierd en hij had de bloemen mogen aangeven.
Dat ie ’t prachtig vond, bewijst wel, dat 14 dagen later met een vieze dahlia aan kwam zetten en die moest voor de suite deur hangen.
Met buiten spelen is “t nu wel gedaan. In Oct waren we er nog wat zonnige dagen , dat Henkje nog even in de zandbak kon. We gaan ’s morgens vaak even naar Opa en Om. Maar ik kan hem haast niet aangekleed krijgen. Hij zegt al maar “nee Oma”. Hij houdt niet zo erg van mijn moeder. Met Opa schiet hij beter op. Maar hij is gek op tante Annie want die brengt altijd wat mee en dan zegt ie ”Oe, Annie gekregen”. Soms staat ie in de gang bij de kapstok en hoor ik hem zeggen “Papa, mama enz. en dan wijst hij onze jassen en mantels precies goed aan.
Dat is nu alweer een poosje geleden. Hij heeft nu zelf een kapstokje (een mooi plankje met 5 haken + 2 pierrots erop) en hij weet z’n jasjes en broeken maar wat gauw te pakken als we zeggen dat we uit gaan.
Bijna 2 jaar Henk en Ming
“Is Ming toch?” vraagt Henkje telkens als Ming niet in de kamer is.
Om half elf krijgt Henk altijd z’n pap (waar hij nog steeds dol op is) En dan klinkt ’t steevast uit z’n mondje “Ming?pap?”
Dan komt ie met Ming z’n bakje aandragen en ’t onderste uit de pan doe ik er dan op. Soms lust Ming het graag, maar ook vaak niet, maar dan krijgt ie met Henkje te doen, want die duwt Ming z’n snoet resoluut in de pap en hij gaat niet weg voordat Ming werkelijk aan ’t likken is.
Hij solt anders wat af met die kat en die vind ’t wel goed. Van de zomer heeft Ming Henkje eens erg toegetakeld en toen zworen we dat de kat weg moest. Zo af en toe zie ik nog wel eens een krabje op armpje of beentje maar Henk trekt er zich niets van aan. Ik heb al ondervonden dat die 2 niet alleen in de kamer mogen zijn
’t Was even voor de kerstvacantie ze waren beiden in de kamer en ik nog maar een poosje in de keuken bezig toen Henkje triompfantelijk bij me kwam ”Mee, Mama” zei hij. Nieuwsgierig ging ik mee, maar ik schrok me een ongeluk toen ik de stapels kussens , kranten en kleertjes zag, vlak voor en tegen de haard aan. Een kussen brandde aan de punt en de kapok binnen is was al aan ’t smeulen. Ik smeet de kussens naar buiten en Henkje met een paar klappen voor z’n bips op de divan en toen kwam Ming doodkalm onder de brandstapel weg.
En zo solt hij wat af met die kat. Maar de laatste paar dagen geeft ie Ming toch ook al stevige trappen te incasseren, maar dat mag niet, want dan krijgt ie zelf een klap, dat heeft ie al wel meegemaakt.
Ook zegt ie vaak “mars weg” en dan moet Ming de kamer uit. Dat heeft ie van ons overgenomen natuurlijk.
Hij houdt geloof ik wel van dieren. Paarden vindt ie ook prachtig. Laatst zag ie eens het paard van van der Meij de stal binnen leiden, daar was Henk vol van “Paard in huis” zei hij.
26 juli 1953
Lang is er in dit boek niet geschreven en ondertussen zijn we al weer 3 jaar verder.
Henk is nu een stevige boy van bijna 5 en een half jaar. Flink en groot voor z’n leeftijd. Nog altijd erg handig met z’n knuisten. In een ogenblik zet ie een bel op z’n step. Of timmert een bat voor een bal in elkaar of vliegmachines.
Verder zit ie altijd met z’n neus vooraan bij ’t eten koken. En toen we laatst een paar dagen uit waren met de klas, zette hij ’s morgens voor Opa en Oma, die op hem pasten, thee.
Schelden kan ie ook en dat is erg vervelend want hij wil ’t niet laten. Vooral als hij moe is, en dat is hij vaak. We denken dat het komt omdat hij zo hard groeit.
En dan altijd nog zuigt ie op z’n duim.
In Januari van dit jaar heeft ie wat kinderziektes opgedaan. Eerst waterpokken en direct daarop mazelen en toe na een paar weken lichte longontsteking. Daarna was ’t ie lange tijd lastig en ongezeglijk en een slechte eter. Hij krijgt echter alles wel op maar zelden doet ie ’t geheel alleen.
Soms is hij “very lovely” zoals Mrs. Diggle zegt, toen zij van de week weer hier waren. Hij kwam van de week uit school, waar hij zich best op z’n gemak voelt en zei tegen me: “Dag mamsi schatje, hoe gaat ’t met je? Oh heb je ’t water al klaar staan dan kan ik me gauw gaan wassen. Zal ik nog even melk voor je halen?”
Heel vaak is ’t echter anders. Dan is ’t brullen, schoppen, schelden en weglopen.
Henk is gek op voorlezen en iedere avond moeten we er aan geloven. Iedere avond ligt hij er nog voor 7 uur in en hij slaapt dan direct. ‘s Morgens is hij echter vroeg wakker meestal om zes uur of nog eerder.
Ook als ’t ie in bad moet, waar jij hem nog steeds vaak bij helpt en iedere morgen, als jij hem wast, is het brullen.
Vorig jaar vond hij het nog prettig, toen ging hij met plezier onder de koude douche staan, bij de Schutte’s in Den Haag, waarmee we van huis ruilden en waar we nu weer naar toe zullen.
Henk 4 jaar gooit een kluit zand weg en kijkt hoe ’t neervalt
5 jaar Hier is dan de slechte eter
5 jaar met z’n vriendjes in de boom.
Henk, Gerrit Tinholt, Bartje Dikkeboer.
Zomer ’52 bij Geke en Bartje Dikkeboer
H. leert ping pingen 4 1/2 jr
Bronnen
Achter elke naam schuilt een verhaal
Handgeschreven boekje van Gerda (Gerritdina Alberta) Peusken – van Aefst, geschreven omstreeks 1949 en aangevuld op 26 juli 1953. Uitgetypt door haar zoon Henk. Het oorspronkelijke boekje incl. de foto’s is in familiebezit.














